178 aardige ontwerpers
Cornelis Trooststraat 20 hs
1072 JE Amsterdam
T. +31 (0)20 707 12 80


Wat is de inhoud van melk eigenlijk? Melk is water met daarin opgeloste deeltjes vet en eiwit. Een procent of tien eiwit en nog zo’n twee à vier procent vet; afhankelijk van de “volheid” van de melk. En wat maakt een eiwit nou een eiwit? Juist ja, zijn vorm! De vorm van een eiwit – de vorm van het minuscule eiwitmolecuul – karakteriseert het eiwit; bepaalt wat het kan, niet kan, en bepaalt de eigenschappen die het eiwit heeft. Hebben vorm en inhoud van melk toch meer met elkaar te maken dan ik in eerste instantie dacht.
Toch lijkt het meer om inhoud te gaan dan om vorm. Voor mij is vorm de buitenkant: het zichtbare, dat wat zich aan het oppervlak bevindt. En de inhoud is wat daarachter verborgen zit. Onzichtbaar soms. Maar wel waar het om gaat. Echt om gaat.

Het verschil tussen inhoud en vorm wordt mooi geïllustreerd door het verhaal over een klein spinnetje dat miljoenen jaren geleden leefde – een echt spinnetje, geen metaforische fabelspin uit slechts verhaaltjes. Ik ken de naam van het spinnetje overigens niet meer. Zoals wel vaker het geval is bij spinnetjes was het mannetje nog kleiner dan het vrouwtje. Zo klein dat hij door een bijziend vrouwtje gemakkelijk voor een hapje aangezien kon worden. Lastig wanneer een mannetje met een vrouwtje wilde paren.
Om tijd te winnen bracht het mannetje dan een mugje naar zijn geliefde. Geobsedeerd door het cadeau, nam het vrouwtje de tijd om het mugje te bestuderen, peuzelde het op, en had geen oog meer voor het mannetje dat haar ondertussen besprong. Goede truc van het mannetje, maar vaak niet goed genoeg. En dus rustte evolutie de mannetjesspin uit met een nog betere truc. In het vervolg zou het mannetje zijn cadeau inpakken in spinnendraad. Dat gaf het mannetje extra tijd. Handig, maar het kan nog handiger. Want tegenwoordig geeft het spinnetje louter draad. Het vrouwtje begint nerveus het veelbelovende pakketje uit te pakken tot het kleiner en kleiner wordt en uiteindelijk volkomen is verdwenen. Samen met het mannetje dat ondertussen stiekem met haar heeft lopen seksen. De inhoud is letterlijk verdwenen en louter vorm rest nog. Zo is het gegaan. Van een waardevol pakketje met inhoud – een mug; via een pakketje met inhoud en vorm; tot louter vorm. Vorm om een lege inhoud heen. Dat voelt een beetje treurig. Het gaat immers om de inhoud en minder om de vorm.
Iemand die zich erg laat opnaaien door het verschil tussen vorm en inhoud is Naomi Klein. Naomi Klein maakt zich zorgen over de afnemende inhoud en de toenemende vorm – zoals bij dat spinnetje: “Cola is slechts vorm en de inhoud doet er nauwelijks nog toe. U betaalt er ook niet voor. U betaalt niet voor suikerwater met een smaakje – de inhoud. U betaalt voor vorm. Een rood blikje met zwierige letters, herkend worden als iemand die Cola drinkt. En daar gaan we blijkbaar mee akkoord: een toenemende ‘vervorming’ van onze wereld in plaats van de ‘verinhoudelijking’.” En dat is erg. Vindt ze.

In haar nieuwste boek maakt ze zich zorgen over de uitholling van de staat en zijn ambtelijke systeem. “Het is toch van de zotte dat het openbaar vervoer, de gezondheidszorg en zelfs diverse takken van het leger uitbesteed zijn. De staat is slechts een schilletje. Een schilletje voor de vorm, maar onder die vorm zit niets. Geen inhoud, niks.” En ook dat vindt ze erg. Liever inhoud dan vorm. Inhoud is echt en vorm is nep. Ik kan wel met haar meevoelen. Ik heb ook iets tegen vorm om een ontbrekende inhoud heen. Als een ballon.
Toch heb ik mezelf weleens voor de gek gehouden, dwars gezeten zelfs, met dat verschil tussen inhoud en vorm. En bleken vorm en inhoud meer met elkaar te maken te hebben dan ik in eerste instantie dacht.
Het was toen ik een jaar of twintig was. Ik was tweedejaars student en had een vriendin. Voor het eerst een echte vriendin en voor het eerst langer dan een paar weken: een jaar alweer. Ik hield van mijn vriendin en eigenlijk ging alles goed. Ik zong zelfs liedjes met haar naam als ik op de fiets naar haar onderweg was. Of ergens anders naartoe. En het schijnt dat anderen jaloers op ons waren: “Wat zijn jullie toch een heerlijk stel,” zeiden ze.
Maar ergens, diep in mij, had ik het gevoel dat er iets niet helemaal in de haak was. “Het lijkt misschien wel prachtig,” dacht ik. “Maar da’s slechts aan de oppervlakte. Da’s slechts vorm. Dieper, onder het oppervlak van de vorm, waar mijn inhoud is, ben ik eigenlijk een monster,” dacht ik echt. “Een monster dat eigenlijk helemaal niet van zijn vriendin houdt, maar dat doet alsof.”
Dit idee is zelfs tijdelijk mijn leven gaan beheersen en als een soort van self-fulfilling prophecy werd m’n relatie slechter. “Zie je wel,” dacht ik. “Ik had gelijk, zo’n relatie is niks voor mij. Ik ben een monster. Ik hou eigenlijk helemaal niet van mijn vriendin. Ik doe maar alsof. Het is slechts vorm.”
Ik denk zelfs dat ik tijdelijk gek ben geweest vanwege mijn vreemde illusie. De illusie dat het mogelijk is om niet echt van iemand te houden terwijl alles, alles, alles erop wijst dat je wel van die persoon houdt. De illusie dat er, diep onder wat er zichtbaar is, nog verborgen wateren zijn die fundamenteel anders zijn dan het water aan de oppervlakte. De illusie dat er een wezenlijk verschil is tussen vorm en inhoud.
Gelukkig ben ik op een gegeven moment naar een therapeut gestapt die me vrij snel aan m’n verstand bracht dat er geen verschil is tussen de manier waarop mijn vriendin en ik onze relatie ervaren en hoe deze is. Dat er geen verschil is tussen vorm en inhoud – als het om liefde voor vriendinnen gaat dan.
Vorm en inhoud zijn verschillend. En om de inhoud gaat het. Wat mij betreft. Maar soms, of vaak, zijn ze een stuk minder verschillend dan op het eerste gezicht lijkt. Dat heb ik toch weer mooi geleerd van een pak melk en van mijn vriendin. Ex-vriendin, overigens.
