178 aardige ontwerpers
Cornelis Trooststraat 20 hs
1072 JE Amsterdam
T. +31 (0)20 707 12 80

Tegenwoordig zien we een sterke verandering. In het dagelijks leven is communicatie erg belangrijk geworden. Daarnaast zijn moderne communicatiemiddelen voor iedereen toegankelijk en bijna overal is wel een boodschap die schreeuwt om aandacht. Televisie, internet, reclameborden, gevels van gebouwen of complete gebouwen zelf zijn de media die dit uitdragen. Wat ooit begon in New York, wordt nu overtroffen door steden als Shanghai. Ook in een stad als Boekarest vind je deze tendens, monumentale gebouwen verdwijnen hier compleet achter reclame-uitingen.
Daarnaast is er een trend in de architectuur ontstaan waarin steeds meer aandacht en geld wordt besteed aan de verfraaiing van de gevel. Met name op het gebied van materiaaltoepassing wordt er gekeken hoe een gebouw boeiender en opvallender kan worden. Het gebouw maakt reclame voor zichzelf. De vorm van het gebouw representeert de gebruiker en zijn status, maar geeft op deze manier weinig prijs over de inhoud. Wat gebeurt er achter die gevels? Is het amorfe gebouw midden op het plein een theater of een shopping mall? Deze ontwikkelingen zie je vooral bij openbare gebouwen. Dit in tegenstelling tot wat zich binnen het privédomein afspeelt. Hier blijkt de moderne mens heel anders om te gaan met vragen als: Wat is mijn identiteit? Hoe stel ik me naar buiten toe op?
Het sterkst komt dit tot uitdrukking in het welstandsvrije bouwen. Van de mogelijkheid om op een kavel je eigen ideeën te realiseren wordt nauwelijks gebruik gemaakt. In plaats daarvan wordt teruggegrepen op huizentypologieën welke herinneren aan vroeger. Bekende, traditionele huisvormen, zoals de boerderij, het herenhuis, de notariswoning of het klassieke jaren-30-huis verrijzen in groten getale op deze nieuwbouwlocaties door het hele land. Alsof de tijd en de ontwikkeling in de bouw de laatste 100 jaar heeft stilgestaan.
Deze huisvormen roepen blijkbaar associaties op met de goede oude tijd, toen alles ‘beter’ was. De manier van bouwen is hierbij niet meer van belang. Voor een deel zijn deze ambachtelijkheid uitstralende huizen met moderne technieken gebouwd. De stenen wand hoeft niet meer massief gemetseld te zijn, als hij er maar massief uitziet.
Uitgaand van de stelling ‘form is content’ en kijkend naar ons eigen werk, valt op dat bij deze projecten de inhoud van de vorm een andere betekenis krijgt. Er worden bestaande architectonische objecten gebruikt vanuit de logica en context van het desbetreffende project.
Het eerste project is onze eigen woon- en werkruimte, gevestigd op voormalig vrachtschip ‘Cuba’. Aan de buitenkant zijn er associaties met vracht varen en het schippersleven. Op de tweehonderd m2 binnenruimte zijn wij bezig woon- en werkruimte in te bouwen.
Deze mobiele woon-werkunit heeft verrassende implicaties: bijvoorbeeld werken op locatie, met je huis op reis zijn, ’s winters in de stad wonen en ’s zomers in de natuur.
Daarnaast juichen vele steden vanuit de behoefte aan het herstel van het oude stadsgezicht dit soort gebruik van museale schepen toe en reserveren er plek voor.
U-TRECHTERS
Een ander voorbeeld zijn de studio’s en kantoorruimtes in zand- en grindtrechters als onderdeel van de museumhaven in Utrecht. Hier is een voormalig industrieel gebied rondom de Veilinghaven in het centrum van de stad herontwikkeld tot een woonwijk met duizend woningen.
Deze tot ‘U-trechters’ omgedoopte industriële objecten vervullen hier een rol in het behoud van het historische beeld van de museumhaven. Door het nieuwe gebruik ontstaat er niet alleen een verrassende werkomgeving, maar ook een nieuwe beleving van de openbare ruimte eronder.
Als laatste een loodswoning in Breda. Deze loodsen zie je vaak staan langs de weg, in gebruik als bijvoorbeeld autosloperij of tijdelijke opslag voor een bouwlocatie. Het is een sterk gestandaardiseerd bouwwerk dat door zijn bouwwijze snel is neer te zetten en daarom goedkoop is. Op basis hiervan hebben wij een woning ontworpen.


Project fotos: Hans Werlemann
Aan de standaard loods zijn kleinere standaard behuizingen gekoppeld die uit diverse catalogi bij elkaar zijn gezocht. Zo zijn de werkplekken ondergebracht in tuinhuisjes, is er een sauna in een boomstammenhut en een kas aangedokt als buitenbadkamer. De ruimtelijkheid en de woonkwaliteit die door de koepelvorm ontstaat is bijzonder.
De getoonde bouwwerken spelen met de associaties die een vorm of object oproepen. Het verrassende van deze ‘gebouwen’ is de contradictie tussen het traditionele gebruik van het object en de nieuwe invulling. Deze industriële objecten zijn ineens architectuur geworden doordat ze op een logische en vanzelfsprekende manier een andere ‘content’ hebben gekregen.